
Eind juli heeft de federale Ombudsman twee aanbevelingen gedaan, de ene gericht aan Fedasil, de andere aan de Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, om een einde te maken aan de weigering om opvang te verlenen aan minderjarigen in staat van behoefte die met hun gezin illegaal in het land verblijven.
De situatie is sindsdien onveranderd : Fedasil weigert nog steeds systematisch om opvang te verlenen aan deze minderjarigen en hun ouders.
De federale Ombudsman bezorgt vandaag dan ook een tussentijds verslag aan de Kamer van volksvertegenwoordigers om de aandacht te vestigen op deze ernstige inbreuk op de fundamentele rechten van het kind. In dit verslag stelt de federale Ombudsman vast dat de weigering van Fedasil tegelijk neerkomt op machtsmisbruik, op een rechtstreekse discriminatie tussen kinderen en op het creëren van een onmenselijke en vernederende situatie.
In een periode van vier maanden werden op deze manier 341 kinderen – en de 139 gezinnen waartoe ze behoren – aan hun lot overgelaten, in afwachting dat de maatregelen bedoeld om een oplossing te bieden voor de verzadiging van het opvangnetwerk hun effect zullen sorteren en een nieuw specifiek opvangtraject voor deze minderjarigen en hun ouders zal worden uitgewerkt.
Nochtans is de staat verplicht om de onontbeerlijke materiële hulp, die met name bestaat uit huisvesting, voedsel, kleding en de toegang tot medische verzorging, te verlenen aan de gezinnen die illegaal op het grondgebied verblijven en waarvan de ouders niet in staat zijn om te voorzien in de behoeften van hun kinderen. In het hoger belang van het kind moet de staat steeds zijn beschermingsplicht nakomen, wat ook de situatie van de ouders is. Sinds enkele maanden voldoet ons land niet meer aan deze verplichting die voortvloeit uit het nochtans door België ondertekende Kinderrechtenverdrag.
De federale Ombudsman benadrukt nogmaals de noodzaak om onmiddellijk een einde te maken aan het weigeren van opvang aan minderjarigen die illegaal in het land verblijven en waarvan de staat van behoefte werd vastgesteld, en om in alle omstandigheden de bescherming van de kinderrechten te verzekeren.
20 november 2009 is de twintigste verjaardag van het Kinderrechtenverdrag.